Untitled

Het Spui, Hekelingen.

De dop van de olijfolie

Bewolkt, nog niet eens tien graden en de wind gaat met een kleine 30 kilometer per uur z’n gang. Echt geen ochtend om een goedgevulde fles olijfolie op de grond te laten vallen. En toch heb ik dat net gedaan.
Ik kwam de trap aflopen, scherpe bocht naar links, nog eentje en je bent in plaats van in de slaapkamer zomaar in de keuken. Op het aanrecht stond die fles olijfolie. Nog helemaal in orde, behalve die dop dan; die zat er niet meer op, want ik had hem gisteravond, niet beseffend dat het de dop van de olijfolie was, eerst uit puur imponeergedrag tussen m’n vingers dubbelgevouwen en vervolgens in de pedaalemmer geknikkerd.
Daar was die dop dus van. Wat nu? Ik wreef m’n ogen nog eens uit en meteen wist ik het. Met een lepeltje zou ik het plastic afdichtertje dat in de hals van de fles zat loswrikken en vervangen door de dikste kurk van het huis, die van een fles champagne van toen ik een keer jarig was.
Het ging mis. Of eigenlijk ging het te goed. Het plastic vloog uit de hals, ik schrok van m’n succes, verloor de grip op de fles en die kantelde, mijn kant op. Ik zag de olie over m’n sweater en spijkerbroek lopen, de wereld verging en het werd alleen nog maar erger toen de fles de olie volgde en tussen mij en de rand van het aanrecht door begon te vallen. Met m’n rechterwreef kon ik de val van de fles nog breken, maar niet stoppen. De Bertolli Classico viel op de grond, kwam heel ongelukkig terecht en de hals brak af. Olijfolie gutste over de vloer, m’n sokken dreven.
Maar goed. Alles is weer opgeruimd, de keukenvloer glimt als misschien nooit tevoren en in het keukenkastje met het draadjesglas stond nog zo’n fles olijfolie. Ietsje kleiner, maar dat formaat ligt me eigenlijk wel.
En het is zo fijn dat de zon weer schijnt en op internet kwam ik schaaltjes tegen die je zelf kunt kleien en die er uit zien als konijntjes. Als ik vandaag of morgen aan klei kan komen ga ik die schaaltjes maken. DIY stond erbij. Dus het zou moeten kunnen. Toch?

Asperges voor Peter

ging naar de Lidl om er twee bosjes groene asperges voor z’n hongerige vriend Peter Smit te halen. Groene asperges omrold met plakjes prosciutto crudo cremona. Dat had ik hem immers beloofd. Het prijskaartje groene asperges 3.39 hing netjes op z’n plek, naast de peultjes van 1.69, maar de asperges zelf waren er niet. Ik liep in lichte paniek naar het meisje dat meestal achter de kassa zit, maar vandaag bezig was met het afprijzen van de zuivelprodukten. Ik zie de groene asperges nergens juffrouw, zei ik, en dat is heel erg, want ik krijg mijn goede vriend Peter Smit, wiens vader hier regelmatig flessen wijn en biefstuk komt kopen, op bezoek en als hij merkt dat er geen asperges op z’n bordje liggen zijn de rapen gaar. Het meisje, niet voor het eerst zag ik dat ze een neuspiercing had, liep met me mee naar de plek waar de groene asperges horen te liggen. Ze zag dat ze er niet lagen en zei dat als ze er niet liggen ze op zijn. Morgen krijgen we ze hopelijk weer binnen meneer. Ik voelde me duizelig worden en gelukkig kon ik steunend terugvallen op het rijdende blauwe mandje. Anders was ik vast en zeker tegen de vlakte gegaan. En de vloer van de Lidl is geen leuke plek om op terecht te komen. Die nare, vierkante tegeltjes in beige. Die komen nog uit 1975. Toen werd het pand opgeleverd. Eerst zat er een supermarkt die Koppenol heette. Die ging over de kop, of de heer Koppenol werd te oud voor al dat gesjouw met een sigaar tussen zijn treurige lippen. Toen kwam er een AH en daar was het zo koud en griezelig donker dat de winkel na een jaar z’n deuren moest sluiten. Tegelijkertijd ging de groentenboer ernaast weg, een paar maanden later overleed hij, en heetten we de Lidl welkom. Ik kan Peter natuurlijk eventjes bellen. Gewoon eerlijk vertellen dat de asperges op zijn en dat hij maar beter een andere keer kan komen eten. Maar dan moet ik daar wel mee opschieten, want volgens mij is hij al onderweg.
Hij staat voor de deur. En volgens mij weet hij alles al.

Geduwd door een boskat

zat gehurkt in de voortuin met een aardappelschilmesje van de Xenos onkruid tussen de tegels los te peuteren toen ik me een hoedje schrok. Er werd tegen me aangeduwd en ik viel bijna voorover, plat op m’n gezicht. Gelukkig kwam het niet zover, want die grove grinttegels, daar kan je je lelijk op terecht komen. Toen m’n evenwicht zich had hersteld draaide ik me deels om en keek recht in de ogen van een enorme Noorse boskat. Hij was zo groot dat ik eerst even aan een lynx dacht. Maar die hebben zo’n gek kort staartje en de kat die me had geduwd was voorzien van een volgroeid exemplaar. Er volgde een korte impasse. Hij keek mij aan. Ik keek hem aan. En toen ging het leven weer rustig verder, want ik voelde het mesje tussen m’n vingers en zag dat de zon ging schijnen. Dat werd me tijd ook. De boskat draaide zich om, liep op z’n gemak weg en, daar had ik niet op gerekend, sprong in de meidoorn die de gemeente heeft neergezet toen de oorspronkelijke meidoorn, die van 1975 dus, door het vrachtwagentje van de Melkunie omver was gereden. Als een specht of boomklever bleef de kat aan de stam hangen. Hij draaide z’n kop mijn kant op, klom, misschien wel uit pure uitsloverij, nog een klein eindje verder omhoog en liet zich als een baksteen vallen om toch zachtjes en geluidloos neer te komen. Daarna verdween de kat onder het zwarte sportautootje van de buurvrouw. Ik ging op m’n buik liggen om onder de auto door te kunnen kijken. Er was niks te zien en ik had plotseling helemaal geen zin meer om onkruid weg te halen. Ik ging naar binnen en at een banaantje.

Ultralite Powered by Tumblr | Designed by:Doinwork